Noord-Korea heeft plannen aangekondigd om in 2026 het “North Korean Amateur Open” golftoernooi opnieuw te lanceren, een initiatief dat gericht is op het stimuleren van toerisme en het genereren van broodnodige buitenlandse valuta. Deze stap markeert een voorzichtige opening na de sluiting van grenzen door de COVID-19-pandemie en biedt een zeldzaam inzicht in Pyongyang’s pogingen tot internationale aantrekkingskracht buiten de gebruikelijke militaire demonstraties of politieke retoriek.
De heropleving van het North Korean Amateur Open
Het golftoernooi, dat eerder plaatsvond van 2011 tot 2016, zal in 2026 terugkeren naar de enige 18-holes golfbaan van het land: de Pyongyang Golf Complex. Deze uitgestrekte faciliteit van 196 hectare, gelegen op ongeveer 27 kilometer van de hoofdstad, werd in de jaren tachtig gebouwd en feestelijk geopend in 1987 ter ere van de 75ste verjaardag van de stichter van de staat, Kim Il-sung. Oorspronkelijk diende de baan als een exclusieve bestemming, maar nu wordt deze door het Britse reisbureau Lupine Travel geheractiveerd voor een breder publiek van amateur-golfers.
Het toernooi omvat een dag oefenen, gevolgd door een strokeplay-wedstrijd. De organisatie verwelkomt amateur-golfers uit de meeste landen wereldwijd, met twee opvallende uitzonderingen: burgers van Zuid-Korea en de Verenigde Staten zijn uitgesloten van deelname, waarschijnlijk als gevolg van de aanhoudende geopolitieke spanningen en reisbeperkingen. Dit specifieke sportspektakel benadrukt Noord-Korea’s strategie om gecontroleerd contact met het buitenland te zoeken, zelfs in een omgeving die anders strikt gereguleerd blijft.
Toerisme als strategische inkomstenbron
De herlancering van het golftoernooi past in een bredere, zij het beperkte, trend van Noord-Korea om deviezen te verdienen via toerisme. Historisch gezien heeft het land sportevenementen en andere culturele attracties gebruikt om een gecontroleerde stroom van buitenlandse bezoekers aan te trekken. Dit initiatief onderscheidt zich van eerdere pogingen tot het opzetten van economische zones, zoals Rason, door zich specifiek te richten op sporttoerisme via een bestaande en geheractiveerde faciliteit, wat de focus op specifieke en beheersbare projecten benadrukt.
De behoefte aan buitenlandse valuta is acuut voor Noord-Korea, dat al decennia kampt met internationale sancties en economische isolatie. Het golfcomplex, een prestigeproject uit het tijdperk van Kim Il-sung, wordt nu ingezet als instrument om deze economische druk enigszins te verlichten, zij het op kleine schaal. Het is een pragmatische stap die, ondanks de symboliek, vooral gericht lijkt op het maximaliseren van inkomsten binnen strikte politieke kaders en zonder compromissen te sluiten op het gebied van interne controle.
Beperkte opening met geopolitieke randvoorwaarden
De beslissing om de grenzen voorzichtig te heropenen voor specifieke toeristische activiteiten zoals dit golftoernooi, volgt op een periode van bijna volledige isolatie tijdens de pandemie. Hoewel het een teken kan zijn van een voorzichtige post-pandemische heroriëntatie, blijven de inherente beperkingen en de uitsluiting van bepaalde nationaliteiten een duidelijke herinnering aan de fragiele geopolitieke context. Het evenement zal naar verwachting leiden tot een toename van gecontroleerd buitenlands contact, maar de impact op bredere diplomatieke verhoudingen blijft waarschijnlijk minimaal.
“Dit golftoernooi is een klassiek voorbeeld van hoe Noord-Korea toerisme probeert in te zetten voor beperkte deviezeninkomsten, zonder afbreuk te doen aan de interne ideologische controle.” – Dr. Anna Petersen, onderzoeker aan het Instituut voor Oost-Aziatische Studies
Een foto van golfers op de uitgestrekte, groene fairways van de Pyongyang Golf Complex met op de achtergrond een subtiele blik op de Noord-Koreaanse architectuur, zou een goede illustratie zijn van dit unieke initiatief. Het illustreert de paradox van een land dat zich opent voor specifieke vormen van internationaal contact, terwijl het zijn politieke standpunten en interne controle nauwgezet handhaaft. Pyongyang’s strategische benadering van toerisme blijft zo een complexe balans tussen economische noodzaak en ideologische principes.







